|
|
||||||
|
|
Gardensafari Search
|
||||||
|
Duizendpoten, miljoenpoten en pissebedden Onze hartelijke dank aan Matty Berg en Louis Boumans voor hun hulp bij de determinatie van verschillende soorten. Duizendpoten en miljoenpoten hebben ongeveer dezelfde vorm en een heleboel poten. Toch zijn ze niet nauw verwant. Er zijn dan ook grote verschillen tussen beide groepen. Wel zijn het allemaal geleedpotigen en zijn met name duizendpoten vrij nauw aan de insecten verwant. De jonge duizendpoten noemen we nimfen. Inhoud: 1 duizendpoten, 2 miljoenpoten, 3 pissebedden Duizendpoten hebben per segment één paar poten, kunnen hard lopen, zijn felle rovers en hebben gif, waarmee ze hun prooi kunnen verlammen. Zelfs voor mensen kan de beet van de grote soorten, die gelukkig niet in Nederland en België voorkomen, gevaarlijk zijn. In de Benelux zien we vaak twee typen duizendpoten: de kortere, bredere en vaak donkere soorten, die heel erg hard kunnen lopen en de langere, blekere soorten, die wat minder snel zijn en in de grond leven. Beide typen vind je vooral onder stenen en hout. De Compostduizendpoot rechtsonder is één van de langste soorten in de Benelux. Onderstaande foto's zijn helaas van matige kwaliteit. Lithobius microps, links, is veel sneller dan de Compostduizendpoot (Haplophilus subterraneus), rechts. De duizendpoot hieronder lijkt wel wat op de Gewone Duizendpoot, maar hij is een stuk langer. Heeft de Gewone duizendpoot 15 paar poten, deze heeft 21 paar poten. Ogen heeft hij niet. De kleur is echter wel hetzelfde en ook hij is heel snel. Hij behoort tot een familie van de duizendpoten waartoe de allergrootste soorten behoren, zoals Scolopendra gigantea, die wel dertig centimeter lang kan worden en die muizen, vogels en padden eet. De soort in de Benelux wordt nooit langer dan zo'n 3 centimeter. De moeder zorgt na de geboorte nog een tijdje voor de jongen. Die worden met alle 21 potenparen geboren, daar waar de Gewone Duizendpoot met veel minder poten begint en per vervelling een nieuw paar toevoegt. Hoewel hij ook in bosgebieden voorkomt is de soort hieronder een echte tuinsoort. In de gehele Benelux een zeer algemene en overal voorkomende soort. Deze Cryptops hortensis is in bijna elke tuin te vinden. Miljoenpoten hebben inderdaad erg veel poten, maar een miljoen halen ze natuurlijk nooit. Toch komen sommige soorten tot wel 130 paar, en dat zijn dus toch maar mooi 260 poten. Door dat grote aantal moet je natuurlijk oppassen dat je niet over je eigen voeten struikelt en daarom lopen miljoenpoten maar langzaam:-)) De echte reden dat ze maar langzaam lopen is het feit dat ze twee paar poten bij elkaar hebben zitten die niet gelijktijdig bewegen. Probeer je dat maar eens voor te stellen, dan snap je wel dat je in zo'n geval niet erg snel vooruitkomt. Miljoenpoten eten plantaardig materiaal en hebben geen gif. Wel kunnen sommige soorten ter verdediging een stinkend goedje afscheiden, net als bijvoorbeeld de Groene Stinkwants. Andere soorten produceren blauwzuur of zijn giftig. Erg gewoon in tuinen is Schizophyllum sabulosum hieronder. Hij is herkenbaar aan de twee lichte banden (gelig of roodachtig) net voorbij het midden van de rug. Je kunt natuurlijk ook zeggen dat hij een zwarte lengtestreep midden op de rug heeft. Het is een goede klimmer die we regelmatig in bomen, struiken en op muren en schuttingen kunnen vinden. Een gewone soort in tuinen die ook muren en schuttingen beklimt: Schizophyllum sabulosum. Veel andere miljoenpoten zijn heel erg moeilijk te determineren. Ze lijken vaak veel op elkaar. Linksonder Cylindroiulus punctatus, een langzame soort die inderdaad stippels heeft, zoals de Latijnse naam aangeeft, maar die zijn nog niet zo gemakkelijk te zien. Ook deze soort kan in tuinen worden aangetroffen, maar het is toch eigenlijk meer een bossoort. Komt in de hele Benelux voor. Veel miljoenpoten rollen zich op als ze in het nauw worden gedreven. Rechtsonder één van de Julus-soorten. Ook daarvan komt een aantal regelmatig in tuinen voor. Het is volgens Matty Berg vermoedelijk Julus scandinavius. Maar ook hier geldt dat er verschillende soorten zijn die vaak veel op elkaar lijken. De miljoenpoot (Cylindroiulus punctatus) links heeft wel 100 paar poten en kan toch niet hard lopen! Rechts een gelijkende soort en wel waarschijnlijk Julus scandinavius, één van de gewoonste in ons land. Miljoenpoten eten niet alleen dode planten, sommige soorten wagen zich ook aan levende planten en kunnen daardoor schadelijk zijn. Dat geldt onder andere voor de miljoenpoot hieronder. De soort kan als er veel van zijn schade aanrichten in de aardappelteelt. Voor zover wij weten heeft het beestje geen Nederlandse naam, maar wij kunnen ons natuurlijk vergissen. Met zijn witte kop en rode stippen op de zijkant is deze miljoenpoot (Blaniulus guttulatus) best mooi. Overigens is op de linkerfoto links een kortere, dikkere en rondere soort te zien: Proteroiulus fuscus. Sommige miljoenpoten lijken van dichtbij gezien wel op prehistorische monsters. Kijk maar eens naar de "bepantsering" van de Grote Platrug hieronder. Het dier is tot diep in het voorjaar (soms tot eind april) in een soort winterslaap aan te treffen en dan bijna niet wakker te krijgen. Eind maart zijn de meeste andere soorten al lang actief. Het witte exemplaar op de foto rechtsonder is ook een Grote Platrug dat net is verveld. Deze miljoenpoot, de Grote Platrug (Polydesmus angustus) wordt pas heel laat in het voorjaar wakker De pissebedden (schrijf nooit pissenbedden, want dat is fout) behoren net als de insecten, de hooiwagens en de spinnen tot de geleedpotigen. Ze hebben 7 paar poten en hun naaste verwanten, de kreeften, leven allemaal in het water. En hoewel pissebedden zich aan het landleven hebben aangepast, hebben ze vochtige plekken nodig om te kunnen overleven. Het zijn vrij schuwe jongens, die je nog het meest ziet als je een al lang op de grond liggend stuk hout of steen omdraait. Eén van de gewoonste pissebedden in Nederland, de Kelderpissebed (Oniscus asellus). Vaak vind je meerdere soorten pissebedden op één plek. Naast de lichtjes glimmende en altijd iets gevlekte Kelderpissebed huist op dezelfde plekjes ook vaak de Ruwe Pissebed, ook wel Gewone Pissebed genoemd. Deze is bijna altijd donkergrijs, ook al komen andere kleurtjes, zoals gelig, rozig of zelfs helblauw ook voor. De schaal glinstert echter nooit en altijd is deze voorzien van kleine bobbeltjes die het dier een ruw uiterlijk geven. De eitjes worden door het vrouwtje op het lichaam in een soort broedbuideltje meegedragen. Ook al zo'n veel voorkomende soort: de Ruwe Pissebed, ook wel Gewone Pissebed genoemd (Porcellio scaber). Pissebedden zijn dieren die nauwelijks veranderd al heel lang op aarde rondlopen. En zo zien ze er dan ook een beetje uit. Zo heeft een pissebed bijvoorbeeld kieuwen waar hij door ademt. Die kieuwen zitten op de achterpoten en moeten altijd vochtig gehouden worden, anders gaat het diertje dood. Qua kleur zijn de diverse soorten nogal eens variabel en daardoor niet altijd eenvoudig te determineren. Alle pissebedden leven van rottend organisch materiaal en zijn echte opruimers in de natuur. Overigens staan op de foto linksonder twee soorten, want het middelste dier is een Ruwe Pissebed, herkenbaar aan de bobbeltjes. De Kelderpissebed heeft vaak vlekjes in allerlei kleurtjes. Een andere gewone pissebed in de tuin is de Mospissebed. Deze is er in nog veel meer kleurtjes als de Kelderpissebed: gelig, groen, bruinig of roodachtig: het kan allemaal. Ook de Mospissebed vind je veel onder stenen, maar ook in kelders en aan de voet van muren. Hij lijkt heel veel op de Kelderpissebed, maar de basiskleur is bruin en niet grijs, hij heeft een afgetekende donkere kop en een duidelijke lengtestreep over de rug. De levenswijze verschilt niet veel van die van de Ruwe Pissbed en de Kelderpissebed. De Mospissebed (Philoscia muscorum) heeft wat meer tekening dan de Kelderpissebed. En dan een Mospissebed gefotografeerd op 17 maart 2002. Met een zeer kleurrijke rand lijkt dit wel een aparte soort, maar het is toch maar gewoon een Mospissebed. Normaal is deze soort heel erg snel, maar als je in het heel vroege voorjaar stenen en stukken hout omdraait, valt het met die snelheid nog wel mee... Dit buitengewoon kleurrijke geval is toch maar gewoon een Mospissebed, al zou je dat niet zeggen. Veel kleiner dan de soorten hierboven is onderstaande Mierenpissebed. Het diertje wordt nog geen halve centimeter lang, is opvallend wit en heeft geen ogen. Hij leeft altijd in mierennesten, waar hij vermoedelijk leeft van door de mieren gekweekte schimmels en afval. Meer over de merkwaardige relatie met de Zwarte Wegmier vind je op de mierenpagina. Mierenpissebedden (Platyarthrus hoffmannseggi) leven uitsluitend in de nesten van mieren, vaak de Zwarte Wegmier. |
'Moths and Butterflies' app on iPhone and iPod Touch
|
||||||
|
|||||||